Ik was even bang dat er alleen maar verhaalloze boeken meededen aan de Libris. Anekdotische verhalen, of een twee- (dan wel drie-, vier-, vijf- of x-aantal-)luik, lijkt veel populairder tegenwoordig. Des te verfrissender is het als Peter Terrin gewoon weer eens met een boek komt met een kop, een staart en wat gekloot daar tussen in. Aristoteles zou zich in de handjes hebben geknepen.
De bewaker gaat over Michel. Samen met Harry bewaakt hij een geheimzinnig gebouw, om mysterieuze redenen. De twee theoretiseren over het feit dat 'de organisatie' geen contact met ze zoekt, en dat er nog geen vervanging is. Het wachten op die bewaker lijkt een Wachten op Godot-tje te worden. Maar in het tweede deel komt die ook echt. Het derde deel zorgt voor het laatste beetje verwarring en onthutsing, om het literaire werk af te maken.
Kenmerkend voor het boek is het eindeloze theoretiseren van Harry, waarin Michel steeds mee gaat. Alles wordt in hun voordeel verdraaid: dat de organisatie geen contact met ze zoekt, dat betekent dat er een promotie zit aan te komen. Na een tijdje blijk de invloed van Harry ook negatief te zijn, waardoor de melancholieke humor opeens plaatsmaakt voor een beklemmende spanning.
Peter Terrin kan met dit verhaal existentiële vragen te behandelen in zijn boek, een nieuwe kijk te geven op bestaande antwoorden. En dat doet hij ook, daarin onderscheidt hij zich van Marie Kessels en Bernard Dewulf. De schrijfstijl geeft goed de sfeer in het boek aan: repeterend, militair en meewaaiend op de intuïtie van Harry die gevoelsmatig hoger zit in de organisatie.
Je kunt wel zoeken naar minpunten, maar bij De bewaker zijn die er niet. Het is een nieuwe combinatie van bestaande trucjes (Wachten op Godot, gemengd met Tirza) en er wordt ook nog eens wat gefilosofeerd.
Voor de Libris 2010 zet ik mijn geld in op Peter Terrin.
0 reacties:
Een reactie plaatsen