Ik was even bang dat er alleen maar verhaalloze boeken meededen aan de Libris. Anekdotische verhalen, of een twee- (dan wel drie-, vier-, vijf- of x-aantal-)luik, lijkt veel populairder tegenwoordig. Des te verfrissender is het als Peter Terrin gewoon weer eens met een boek komt met een kop, een staart en wat gekloot daar tussen in. Aristoteles zou zich in de handjes hebben geknepen.
maandag 3 mei 2010
De bewaker - Peter Terrin
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
12:23
0
reacties
Labels: De bewaker, Libris Literatuurprijs 2010, Peter Terrin
woensdag 28 april 2010
Innenschau - Jakop Ahlbom
Amsterdam, De Smoeshaan, met 'ne Duvel
Ja, ja, als je op internet publiceert kun je trailers van Youtube op je website zetten. Dan zien mensen wat voor visueel spektakel er schuil gaat achter dat wat door jou beschreven is. In het geval van Innenschau een welkome aanvulling.
Innenschau laat een continu verwarrende wereld zien. Waarin zowel de karakters, als het publiek steeds door het surreële worden overrompeld. Van tien mannen die uit je kast komen lopen en hun tanden gaan poetsen, tot een man in een bar die er opeens (en dan bedoel ik ook opeens) staat om je in elkaar te slaan. Ahlbom past hiervoor diverse goocheltrucs toe, een ieder kan ze doorzien, maar voor het stuk werkt het wel.
Bijna alles wordt begeleid door muziek van Alamo Race Track. Een ontzettend goede band. De 3FM luisteraar kan ze kennen van Black Cat John Brown. Daarmee wordt steeds de basis voor de sfeer gelegd, waar de acteurs dan vervolgens in bewegen en mompelen (zelden wordt er een woord hardop gesproken) en niet te vergeten: dansen.
Want ook dat doen ze: dansen. En ook dat doen ze goed, maar het dansen is niet altijd functioneel. De eerste dans, tijdens een feestje (zo lijkt het), is nog functioneel: het maakt in een aantal passen op een leuke vrolijke manier duidelijk dat het pardiehardie is. Maar nadat iemand in elkaar geslagen wordt, wordt er ook gedanst. En dan voegt het naar mijn smaak niks toe: geen extra emotie, geen extra dimensie aan het verhaal, het is alleen oprekken.
En daar zijn we aangekomen bij het enige, maar dan ook wel het enige, minpunt aan deze voorstelling: hij is gevoelsmatig wat lang. Doordat sommige dingen nodeloos worden opgerekt (of het "verhaal" niet helemaal duidelijk is, waardoor het belang van situaties niet duidelijk is) ontbreekt het aan de spanning die nodig is om de hele voorstelling het publiek mee te trekken in wat je wilt vertellen. Want wat de overige dingen betreft: de muziek, de dans, de acrobatiek (een meisje komt uit een doos), het decor (hoe een vagina een oog wordt, waar vervolgens een vrouw uit kruipt), alles is schitterend, mysterieus en sinister, bij vlagen grappig. Alleen jammer dat ik na afloop in het duister tast over wat mij is vertelt over het naar binnen kijken.
Gezien: Innenschau van Jakop Ahlbom, op dinsdag 27 april in theater Bellevue. Innenshau is tot en met 2 mei in Amsterdam te zien, daarna tuffen ze naar Duitsland.
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
11:23
0
reacties
Labels: Alamo Race Track, Innenschau, Jakop Ahlbom
maandag 26 april 2010
De jongen, het meisje en de heks van het woeste woud - Frank Groothof
Ik weet eigenlijk niet zo goed waar ik ben, tussen Gouda en Amsterdam, met een flesje water.
Iedereen heeft een moment waarop hij dacht: wauw, wat is theater mooi. Soms valt dat samen met de eerste voorstelling die je ziet. Mijn eerste voorstelling was eentje van Frank Groothof (Koning Arthur), en door die voorstelling wist ik dat ik hiermee verder wilde. Tijd om naar zijn nieuwste voorstelling te gaan, om te kijken of hij nog steeds die vonk kan laten overslaan.
De jongen, het meisje en de heks van het woeste woud, is een bijzonder lange titel voor een lief sprookje, met elementen van Faust, Hans en Grietje en moderne dromen. Een sprookje dat Frank eigenlijk liever niet wil vertellen, maar als zijn collega belooft dat hij misschien een gouden kalf met het bijbehorende geld ("volgens mijn wel een ton!" "honderdduizend gulden?" "nee euro!" "wauw! dat is tweeëneenhalf keer zo veel!") kan krijgen, doet hij het toch maar wel. Midden op een zwarte vloer, met rechts een orkestje, en links een tekentafel, vertelt hij hoe de vader van Hans oud wordt, en geld nodig heeft en dat Hans om goud te kunnen maken zijn schaduw (een mooie metafoor voor ziel) verkoopt aan de Heks.
Zijn collega maakt steeds tekeningen, die worden geprojecteerd op een groot scherm. Een leuk concept, waarvan ik in het begin bang was dat het te veel zou afleiden. In het begin was de spanning over wat er op het scherm zou komen, opgevoerd door het feit dat je de lijnen ziet komen en de beelden gevormd ziet worden, de spanning van het verhaal vertelt door Frank de overhand zou nemen. Uiteindelijk blijkt dat niet het geval: Frank weet de hele zaal vast te houden in zijn beklemmende muziektheater. Waarin hij trouwens opvallend weinig zingt dit jaar.
Dat brengt ons bij de muziek: want daar is het allemaal om te doen. Moussorgski, de gekozen muziek van dit jaar, wordt mooi gespeeld. Ik had het geluk een voorstelling met orkest mee te maken, want ze zijn er ook met band. Geen idee of met een band minder is, ik vind het altijd wel mooier met een orkest.
Wat valt op? Dat Frank nog steeds weet te boeien, mee te slepen en te ontroeren. Zelfs als hij in een cliche vervalt: namelijk dat Hans trouwt met een meisje dat hij heeft bevrijdt en dat eigenlijk spuuglelijk is, hij op de een of andere manier toch nog een ontroering weet los te maken, waardoor hij een open doekje krijgt. Hij weet nog steeds met de meest nihile middelen een volwaardige theatervoorstelling neer te zetten, en de liefde voor de muziek over te brengen.
Waren er maar meer mensen als Frank.
Gezien : De jongen, het meisje en de heks van het woeste woud van Frank Groothof in de Goudse Schouwburg. De jongen, het meisje en de heks van het woeste woud is nog tot en met 4 juli te zien
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
20:51
0
reacties
Labels: De jongen, Frank Groothof, het meisje en de heks van het woeste woud
vrijdag 23 april 2010
Over Dieren - Nationale Toneel
Amsterdam, Café Katoen, met tomatensoep
Zaallicht aan, tv-schermen aan, acteurs een beetje fout geil dansen, en laat de bezoekers maar komen. Over Dieren is al begonnen als je nog binnen moet komen. Pieter van der Sman, Vincent Linthorst en Jobst Schnibbe zijn hitsig, ze hebben er zin in, zweterig in hun blauwe pakken, likkend over hun rode lippen staren ze het publiek in. Net zo lang totdat je ongemakkelijk begint te grijnzen. Het is begonnen.
"Sorry dat ik even onderbreek, maar is uitkleden gewenst?"Over Dieren is een Jelinek. Een Jelinek is een synoniem, voor onmogelijk, ondoordringbaar en zoveel mogelijkheden tot interpretatie dat de regisseur eigenlijk het verhaal nog kan schrijven. Susanne Kennedy, die om mysterieuze redenen nog geen fanpagina heeft op Facebook, legt daarmee de lat voor zichzelf hoog. Ze kiest ervoor om twee losse teksten samen te voegen tot een, omdat het uiteindelijk over hetzelfde gaat (zo kan men lezen in de persmap). Een interessante keuze, maar het publiek merkt er niks van (zolang ze de originele tekst niet hebben gelezen).
Op het podium zien we een oude gedumpte vrouw, een jonge frisse hoer, en een hoer met enorme wallen onder haar ogen. In de persmap is te lezen dat dat slaat op een meisje dat epileptische aanvallen had, aan exorcisme werd onderworpen, en overleed door uitdroging en verhongering. Zij vertellen ons dat "anaal tegen meerprijs is", ze genomen willen worden "als de duivel", en checken nog een keer of uitkleden nu wel of niet gewenst was. Overigens zat er in mijn zaal een arme stumper die er grinnikend op in ging. Het antwoord laat zich raden.
Het stuk is mooi vormgegeven. TV's op de grond, waarop we gezichten zien die soms wat zeggen of lachen, TL-licht (geen grapje, ben ik echt fan van) en een enkele keer ook een geintje met een ventilator voor een lamp. De cliché stroboscoop is ook niet geschuwd, maar geoorloofd: als je weet van de epileptische aanvallen (die je kunt terugvinden in de persmap).
Kennedy weet hoe ze indringend theater kan maken, de duivelse teksten (van het bezeten meisje) zijn zo gemanipuleerd dat ik het de eerste tien keer echt onprettig vond en moest huiveren. Ook de laatste cyclus, begeleid door Life, is life (van Bavaria) laat zien dat ze weet hoe ze je bang moet maken. Maar ik vroeg me steeds af waarom? Waar ging het om? Ik kon aan het stuk geen touw vastknopen, alleen maar gissen, en het gissen dat ik deed was fout.
Dat komt doordat ik zo stom was om de persmap pas achteraf in te kijken. Hoewel stom? Ik kan me niet herinneren dat de rest van het publiek wel de persmap had gelezen, waarschijnlijk hadden ze er niet een gekregen, ze zagen er niet erg "persig" uit. Maar waarom is die essentiële informatie ons dan onthouden? Het staat ergens achteraf op de website, maar niet in het programmaboekje, of op een plakselwand. Het gebrek aan informatie, en zo het gebrek aan het begrijpen van de symboliek, doet verlangen naar de oude programmaboekjes: een gekleurd dubbelzijdig bedrukt A4tje, met een lang inhoudelijk verhaal. Helaas is ons dat niet meer gegund. Met als resultaat een voorstelling waar je niks van snapt: omdat alle symboliek en een groot deel van de clou gebaseerd is op afwezige informatie, die het publiek nergens kan krijgen. Dat is zowel het Nationale Toneel, als Susanne Kennedy, als Marit Grimstad Eggen te verwijten.
Gezien: Over Dieren, van het Nationale Toneel, in het Nationale Toneel gebouw. Over Dieren is nog te zien tot en met 22 mei, in het Nationale Toneel gebouw of in Frascati.
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
12:40
0
reacties
Labels: Elfriede Jelinek, Nationale Toneel, Over Dieren, Susanne Kennedy
zondag 18 april 2010
Kleine dagen - Bernard Dewulf
Amsterdam, Westerpark met een thermosfles met thee
Goed, terug naar de eerder genoemde borrel. Want er zijn natuurlijk meer genomineerden voor de Libris literatuurprijs dan alleen Marie Kessels. Zo is er ook Bernard Dewulf met zijn novelle Kleine dagen. Als je het daarover wil hebben, moet je beginnen met onderstaand filosofisch citaat:
Het geheugen is een instantromanmachine."Dat zegt Dewulf ergens in zijn boek," zo ga je dan verder. "Een boek over het groter worden van (zijn) kinderen. Hij vertelt allerlei korte (een column is er lang bij) verhalen, waarin een zoon en dochter steeds groter worden. De eerste verliefdheden, de eerste middelbare school, de eerste keer alleen naar school. Kortom: herinneringen die zich lenen voor een novelle. Ze zijn herkenbaar, zowel voor ouders als voor kinderlozen. Eindelijk begrijp je de angst een beetje die je ouders hadden, de verkneukelingen en de ontroering op de toen in jouw ogen meest bizarre momenten."
Bij de borrel moet je jezelf kwetsbaar opstellen. Zeg dat het boek je raakte, want dat doet het ook als je het écht leest. "Het is allemaal herkenbaar, en voor wie het niet heeft meegemaakt is het heel makkelijk om je in te leven in de situatie. De stijl van Dewulf is ook niet zoals die van Brusselmans, of van Verhulst. Twee Belgen die aan de vooroordelen over Vlaamse literatuur voldoen: veel godverdommes, veel halve literblikken bier. Dewulf is ook geen mietje, hij verliest zich niet in godverdomse koosnaampjes. Dewulf is een gewone intellectuele man. Die met objectieve woorden beschrijft, en daarmee toch een subjectief (mooi, lief, ontroerend) beeld weet te schetsen."
"Dewulf schrijft met korte zinnen, zonder citaten. Dialogen zijn altijd indirect, je zult geen aanhalingstekens aantreffen. Desondanks kakt het niet in, omdat hij toch de dingen de gezegd worden, scherp op elkaar kan laten volgen. Hij speelt met taal, zoals ook op de achterkant te lezen is:
Er groeit een vrouw in mijn huis. Een-twee-drie is ze vijf geworden."Hij weet ritme in de tekst te leggen, een enkele keer zelfs rijm. Hij combineert het goede van drie werelden: poëzie, proza, columns."
"Het enige is dat je dit boek niet in een avond uit moet willen lezen. Daar is het niet op gebouwd," zo moet je je secretaresse waarschuwen. "Lees een á twee verhalen per dag. Op een zomeravond misschien drie. Als je er meer doet, heb je er niet meer de concentratie voor en gaat de helft van de schoonheid aan je voorbij."
Dewulf zou een terechte winnaar zijn, moet je tot slot betogen. Zoals de uitgever zelf ook al zegt: Kleine Dagen is een kroniek van de dagelijkse kleine observaties. Mocht de Volkskrant ooit nog eens een nieuwe Bril zoeken, is die Dewulf een verdomd goeie optie. Mocht de Libris een winnaar zoeken, is die Dewulf een verdomd goeie optie.
Kleine Dagen van Bernard Dewulf, uitgegeven door Atlas in 2009 is te krijgen bij Bol.com en natuurlijk bij Athenaeum.
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
11:39
0
reacties
Labels: Benard Dewulf, Kleine Dagen, Libris Literatuurprijs 2010
vrijdag 16 april 2010
Victor en zijn vrouw - Orkater
Amsterdam, De Smoeshaan, met een tonic
Heeft u dat ook wel eens dat u het vakantiehuisje binnenkomt, uw vrouw aankijkt en denkt: jezus, en dan moet de vakantie nog beginnen. Wel eens overwogen om er een toneelstukje over te maken? Nee hè. Had dat nou gedaan: dan was het uitgevoerd door Orkater.
Victor en zijn vrouw gaat over Victor en zijn vrouw. Victor vermoordt zijn vrouw en daarna komen we allerlei dingen over ze te weten. Dat zij zo'n typische vrouw is: besluiteloos, te gefocust op het esthetische. Victors vrouw (Ria Marks) blijkt zijn tweede vrouw en uiteraard blijkt Victors vrouw op het eind een gek geworden neurochirurg. Victor zelf bestaat uit drie Victors (of is het Victorren, of Victori?), drie mannen met "ijdel grijs waaihaar", zoals zijn vrouw dat zo goed weet te duiden. Drie mannen waar theatrale grapjes mee worden uitgehaald. Bij een wandeling speelt de een "de avond te voren" de ander "het moment van vertrek" en de derde "het moment dat ik mijn lieftallige vrouw van de rots af pleuah." Het script heeft tintjes van Toon Tellegens Dora een Liefdesgeschiedenis, waarin hetzelfde verhaal ettelijke malen wordt herhaald in een ander teneur. In het script komen er wel steeds nieuwe feiten aan het licht, wat het wel spannend houdt, maar vaak maakt de zoveelste herhaling van hetzelfde een zucht los. Gelukkig zijn de meeste dialogen, leuk, grappig en herkenbaar. Zoals wanneer Victors vrouw in een restaurant wat mag eten, maar ze geen keuze kan maken. Bij elke zin die Ria Marks zegt, ligt haar publiek vlak. Ook de andere acteurs spelen erg goed, Leopold Witte, Geert Lageveen en Titius Tiel Groenestege. Ze zijn lekker op elkaar ingespeeld (dat mag ook wel, als ze bezig zijn aan de laatste week, maar dat hoeft zeker niet het geval te zijn), spelen met passie en zonder haperen.
Maar dan de regie. De drie heren spelen vaak grotesk, schreeuwen soms waar dat totaal overbodig is. Gijs de Lange heeft dat of bewust gekozen, of dat er niet uit kunnen filteren. Dat laatste lijkt mij geen optie. Om nog maar niet te spreken van de clichés die hij gebruikt: het heen en weer trekken van Victors vrouw, bijvoorbeeld, de rechtspraak op het einde (vooruit, ook een beetje script). En soms zet hij het publiek ook voor een mysterie: gele truien en zwarte pruiken zijn leuk, maar het kwam totaal niet over wat daarmee bedoeld werd. Misschien keken we naar de jonge Victor, maar waarom daar en op dat moment? En zelfs de laatste zin weet hij teniet te doen, door de slotscène nodeloos op te rekken. Het zijn stuk had moeten eindigen bij "zullen we gaan wandelen?" donkerslag. En niet nog een keer twee zinnen daarna, alleen maar omdat de vorige gesprekken ook zo liepen. Dan kun je als acteurs nog zo goed spelen, maar als het script en de regie je in de steek laten, haalt het publiek met moeite het einde van de avond, en mag je maar een keer terug komen om te buigen.
Gezien: Victor en zijn vrouw, op donderdag 15 april 2010 in theater Bellevue. Victor en zijn vrouw, is nog maar drie dagen te zien, ook in theater Bellevue.
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
12:09
0
reacties
Labels: Geert Lageveen, Gijs de Lange, Leopold Witte, Orkater, Ria Marks, Titius Tiel Groenestege, Victor en zijn vrouw
donderdag 15 april 2010
De City - Veenfabriek
Leiden, Centraal Station, met een droge mond
Toen Martin Crimp zijn vorige tekst uitgevoerd zag door Veenfabriek, was hij zo enthousiast, dat hij zei dat zijn nieuwe tekst De City als eerste door mister Paul Cook moest worden gedaan. Als Paul Koek zijnde zou je gek zijn om dat te weigeren. Je wilt Crimp ook niet op zijn teentjes trappen, maar misschien had dat bij De City toch gemoeten?
Een vertaalster getrouwd met een econoom met als buurvrouw een verpleegster die zich irriteert aan het geluid van de kinderen, en hoopt dat deze misschien opgesloten kunnen worden in de speelkamer. Deze drie karakters lenen zich uiteraard voor vele doldwaze, absurdistische avonturen. Opvallend is Anneke Blok, die zelfs op het toneel als overspannen huisvrouw gecast wordt, maar die dat wel met verve speelt.
Om de drie karakters huppelen drie alter ego's (zo lijkt het) heen, die om de zoveel tijd zichtbaar zijn voor de karakters. Dit levert leuke taferelen op en mooie plaatjes die Paul Koek goed weet op te pakken, uit te diepen en waarschijnlijk her en der aan te vullen.
Het is natuurlijk muziektheater, maar de muziek is subtiel. Het valt slechts een enkele keer op. Wel is het altijd een waardevolle aanvulling op het script Net als het decor: het speelvlak wordt over de hele breedte gescheiden door een vitrage, die op verschillende punten open kan (en dat soms automatisch doet), daarachter zijn de kleedrekken voor de acteurs, een enorme tafel met speelgoed, waar een meisje heel erg modern acterend speelt, en een soort tuintafel. Helemaal links is nog een rotanstoel, waar de zuster zetelt. Het is mooi, de breedte is leuk en uitdagend, maar het speelvlak is zo breed dat je vaak dingen niet ziet. Soms is dat toch een nadeel, omdat je dan bepaalde symboliek mist. Symboliek die Koek met zijn acteurs erg mooi opbouwt, vaak al voor de dialoog daar is begint iemand te kruipen, en later pas valt het kwartje.
Maar het script zelf is langdradig, mist soms ritme, subtiliteit en souplesse. De tekst bekt goed weg, waardoor de acteurs het makkelijk kunnen brengen, maar dan is dan ook al het positieve mee gezegd. Dit werk van Crimp is beduidend minder dan het vorige. En het probleem van een wereldpremière is dat je niet vrolijk eventjes her en der kunt schrappen als regisseur zijnde. Misschien wilde Crimp iets te graag dat het uitgevoerd zou worden door Koek, waardoor hij de laatste revisie heeft overgeslagen. Gelukkig weet Koek dat fenomenaal te redden.
Gezien: De City van Veenfabriek, in Scheltema (Leiden), op 14 april 2010. De City is nog tot en met mei 2010 te zien.
Geplaatst door
Wolfje Tibbe
op
14:45
0
reacties
Labels: De Cit, Martin Crimp, Paul Koek, Veenfabriek